| Eerbetoon aan een Racingmonument |
|
|
|
Als eerbetoon aan Racingmonument Luc Leys, die gisteren op veel te jonge leeftijd overleden is, herpubliceren wij vandaag een interview met Luc daterende van 2005. Lees meer...
Dit interview was toen in het kader van de wedstrijd tussen KRC Mechelen en Turnhout. Luc Leys was die tijd trainer van Turnhout. Naar aanleiding van de wedstrijd van zaterdag trok het webteam deze week naar Turnhout om er een gesprek te voeren met Racingmonument Luc Leys. Zijn leukste herinneringen, zijn grootste ontgoochelingen en veel meer, Luc Leys neemt ons mee voor een tijdreis naar het Racing van de jaren tachtig. Dat het nog steeds zijn Racing is, zal vlug blijken..
Het enthousiasme waarmee hij het interview bevestigde, liet vermoeden dat hij er zin in had. We werden dan ook gastvrij ontvangen in zijn stamkroeg niet ver van de Turnhoutse kerktoren. De Luc Leys anno 2005 is wat kilootjes rijker, heeft zijn snor gelaten voor wat het was, maar is nog even gepassioneerd met voetbal bezig als vroeger. Meer nog, we zitten aan tafel met de trainer van de tegenstrever van aanstaande zaterdag. We maakten 1 afspraak: er werd niet over de wedstrijd van zaterdag gepraat. Geen probleem, met een man die een groenwitte carrière kan voorleggen als Luc Leys is er gesprekstof genoeg om de avond te vullen. Hoe komt een Kempenzoon van rond het Turnhoutse is ’s hemelsnaam bij een ploeg als Racing terecht?” L.L.: “Tja, het kan verkeren he. Het is inderdaad niet logisch dat in die tijd -we spreken eind jaren zeventig- een jonge gast als ik niet werd opgemerkt door pakweg Turnhout. Turnhout speelde toen op hetzelfde niveau als Racing. Het zal met het scoutingsapparaat te maken hebben zeker? Wist je trouwens dat ik toen niet de enige Turnhoutenaar was bij Racing? Verboven, Van Gompel en Mesmaeckers waren allemaal jongens die voor Turnhout hadden gespeeld en daarna de overgang naar Racing hadden gemaakt. Da’s dan wel het verschil met mij. Ik heb nooit voor Turnhout gespeeld. Ik was op mijn negentiende topschutter in eerste provinciale en Racing heeft me toen weggeplukt.” Je was dus het resultaat van scouting in de lagere reeksen. L.L.: “Klopt. Al zie je momenteel dat in die lagere reeksen het niet de jongeren meer zijn die het mooi weer maken. Het zijn veeleer oudere spelers die een niveau dalen die bovenaan de topschutterslijsten staan. Neem bijvoorbeeld een Wim van Looy. Da’s toch opvallend. Volgens mij moet je de oorzaak hiervan zoeken in het Bosmanarrest. Grotere clubs gaan veel sneller de jeugdreeksen plunderen dan vroeger. ’t Is ook dat Bosmanarrest dat ervoor zorgt dat veel traditieclubs -zoals de Racing er duidelijk een is- wegzakken of weggezakt zijn. Daar ben ik heilig van overtuigd.” En dan begon een lang hoofdstuk Racing Mechelen. ![]() L.L.: “Van mijn twintigste tot mijn dertigste heb ik voor de Racing gespeeld. De beste jaren van mijn voetballeven dus. We hadden een team in de echte betekenis van het woord. Zeven /acht jaar speelden we met dezelfde spelers en elk jaar kwamen er enkele spelers bij om ons te versterken. Die vaste kern bleef echter steeds samen. Ik heb dan over jongens als Caes, Claes, Van Nuffelen, Verboven, Lemmens, Pauwels, Opdebeeck.... Ik verzeker je, stuk voor stuk echte Racingers. Dit resulteerde dan in de promotie in het seizoen 87/88. Een fantastische tijd en een fantastisch team.” Zien jullie mekaar nog? L.L.: “Wees daar maar zeker van. Verschillende keren per jaar komen we nog samen met de oud-spelers van de Racing van die tijd. Eens te meer een bewijs dat we toen een hecht team waren. Wij gingen voor mekaar door het vuur. Verleden week nog ben ik naar een verjaardagsfeestje van een oud-speler gegaan. Alleen hebben we allemaal afgezien van het veel te vroeg overlijden van Paul van Nuffelen. Die man is veel te vroeg moeten gaan. Een tijdje terug was er de herdenkingswedstrijd van Paul. Ik moest toen een speler gaan bekijken en kon niet aanwezig zijn, daar heb ik nu nog spijt van. Als ik nu hoor dat jullie een vaste rubriek hebben op het forum -de Paul van Nuffelenprono- dan is dat gewoonweg fantsatisch. Ik ga het aan al die gasten zeggen. Noteer gerust dat wij allemaal, inclusief mezelf, hartzeer hebben als we zien waar Racing nu staat (bedrukt gezicht). We hebben alles voor de Racing gegeven. Maar het vuur zit er nog in hoor. Het eerste wat wij maandag doen is in de krant het verslag en de uitslag van Racing opzoeken. Allé, nadat ik dat van Turnhout heb gelezen he, (lacht). Al die jongens staan klaar om de Racing te helpen indien nodig.” Even over die jaren tachtig. Welke momenten zijn je het meeste bijgebleven? L.L.: “Dat zijn er heel wat. Mijn eerste wedstrijden in het eerste van de Racing bijvoorbeeld. Ik was negentien. Raoul Peeters was toen trainer. Die is nadien nog teruggekomen dacht ik. Raoul zat toen eigenlijk in dezelfde situatie als ik nu. Een oud-speler die zijn eerste stappen als hoofdtrainer zet. Een geweldige kerel en een goede trainer. Nu we het over trainers hebben. Ik heb er telkens onder vakmannen mogen trainen: Lubanski en natuurlijk Rik Pauwels. Wat een persoonlijkheid. Rik is wel de beste trainer die ik ooit heb gekend. Hij heeft het maximale uit ons team gehaald. Ik zie Rik nog wel af en toe. Het voetbal heeft hij vaarwel gezegd en is nu een gepassioneerd wielertoerist! De beste herinnering echter is een bekermatch op Anderlecht. Toen nog in het Astridpark, vlak voor de verbouwing van hun stadion. Dat was rond 1983/1984. Pas op, ik spreek dan nog over het grote Anderlecht he, met kleppers als Juan Lozano en Ludo Coeck. Europese top was dat. We verloren de wedstrijd wel maar wij hebben daar 75 minuten dat grote Anderlecht pijn gedaan! Het stond lange tijd 1-1en pas in de slotfase konden ze ons nekken: 3-1 werd het nog. Verder zullen de promotie naar eerste, de overwinning in Lokeren waardoor het behoud verzekerd was en een vrije trap vanop dertig meter op het veld van Berchem bij de supporters nog wel een belletje doen rinkelen.” Wat zegt u de naam Daniel Kimoni? L.L.: “(lachend) Tja, dat is die bewuste thuismatch tegen Club Brugge, het eerste jaar in de hoogste afdeling. Kimoni zat me al heel de wedstrijd tegen mijn hielen te stampen en ik werd dat beu. Ik heb de ref (Pireaux, nvdr) daar toen attent op gemaakt, maar veel reactie gaf die niet. We hadden toen ene Bennie Wijnstekers achteraan staan en dat was een sluwe vos die je geen truukjes meer moest leren. Bon, het is uitrap voor ons en Kimoni en ik staan ongeveer in het centrum van het veld, de lijnrechter had ons vlak in zijn zicht. Ik ging op Kimoni zijn teen staan en die verkocht me daar een mep. Wijnstekers, die klaar stond om de doeltrap te geven, had dat gezien en die rende als een gek naar die lijnrechter. Pireaux wist niet goed wat er gebeurde en volgde Wijnstekers. Die had die brave man waar ie hem hebben wou –bij de lijnrechter en Kimoni kreeg rood. Het toont toch aan wat voor een persoonlijkheid Bennie Wijnstekers was. Als je die namen ziet die toen bij Racing speelden: Wijnstekers, Lankhaar, Asselman,... . ..Van Kets?
L.L.: “Natuurlijk, de Patrick! Jeugdproduct van de Racing en hij heeft nadien nog een mooie loopbaan bijeen gevoetbald. Moet je hem eens spreken? Hoe bedoel je? Leys tovert zijn gsm boven en belt spontaan Van Kets op. “Het wel niet te lang houden he” zei hij. “Patje woont in Corsica.” Spijtig genoeg nam Van Kets niet op, Luc Leys liet wel een boodschap na waarin hij enthousiast meldde dat hij een interview gaf “aan de mensen van de Racing”. Met een beetje geluk hadden we u dus een dubbelinterview kunnen aanbieden met de voorlinie van het Racing van die tijd. Zijn er ook minder leuke herinneringen? L.L.: “Uiteraard. Over die wedstrijd op RWDM wil ik het zelfs niet meer hebben... Voor mij persoonlijk beschouw ik de wedstrijd tegen La louvière als een dieptepunt. Ik zat in een mindere periode en werd gans die wedstrijd uitgefloten door de eigen aanhang. Op het einde van de wedstrijd scoorde ik de winninggoal en wou richting supporters lopen om mijn gelijk te halen. Bob Stevens had dat direct in de gaten en die is me komen tegenhouden. Op dat moment begreep ik niet goed waarom, maar achteraf gezien had hij natuurlijk groot gelijk. Bob was trouwens ook zo’n speler met een fantastische mentaliteit.” Wie vond je de beste speler waarmee je hebt samengespeeld? L.L.: “Wel, in het kampioenenjaar wist ik 26 keer te scoren en dat was te danken aan onze spelmaker. Hij kwam over van Beveren: Salvino Marinelli. Hij was onze spelmaker, technisch een kraan en hij strooide met de assists. Zonder hem kon ik nooit topschutter worden in tweede. De beste speler waarmee ik ooit heb samengespeeld.” Na een jaar in eerste verliet je Racing. Hoe ging het toen verder? L.L: “Ik was een investering van Vic Pauwels en door die transfer naar Germinal Ekeren bracht ik wat geld in het laadje. Bij Germinal ben ik twee jaar gebleven. Wijnstekers is me zelfs naar daar gevolgd. Nadien volgden drie jaar Tielen. Tielen speelde in bevordering maar stak er qua infrastructuur en spelerkern echter met kop en schouders bovenuit. Dat eerste jaar viel wat tegen. Ik zat er op de bank ten voordele van Piet den Boer, je weet wel, die heeft ooit nog gespeeld voor die ploeg die eigenlijk niet meer mag bestaan (knipoogt). Toen die weg was heb ik er nog twee jaar in de basis gestaan en heb er uitendelijk op drie seizoenen 70 binnengeschoten. Toen, en dat zullen niet veel Racingsupporters weten, was er even sprake van een terugkeer naar mijn oude stal. Ik was er 35 en was zelfs bereid om een prestatiegericht contract te ondertekenen bij Racing. Uiteindelijk is dat niet doorgegaan. Dan begon eigenlijk mijn trainerscarrière: 2 jaar speler/trainer in Leest, 2 jaar speler/trainer in mijn geboortedorp Gierle, dan via Heist op de Berg terug naar Gierle om nadien op 42-jarige leeftijd te stoppen als voetballer bij FC Antwerpen.“ En toen belandde je bij je huidige club. L.L.: “Zo is dat. Aanvankelijk als jeugdtrainer: eerst nationale scholieren en nadien UEFA’s. Toen heb ik de kans gekregen om naast Nico Claessen het eerste elftal te mogen coachen. Ik heb veel geleerd van de ervaring van Nico en uiteindelijk heb ik het vertrouwen gekregen om hoofdcoach te worden. Ik zal de mensen van Turnhout hier eeuwig dankbaar voor zijn. En nu is het aan mij om dat vertrouwen te belonen he.” Hoe loopt beter als bij Racing momenteel. L.L.: “Eigenlijk zijn er wel wat gelijkenissen hoor. We hebben een goede voorbereiding achter de rug. Openden de competie sterk en kenden een terugval. We kampten ook met een hele reeks geblesseerden en ook de fans zijn hier fanatiek, al is dat nog niet vergelijkbaar als bij Racing. Momenteel draait het terug. Onder impuls van Bruno Versavel -indrukwekkend wat hij op zijn leeftijd nog laat zien- zitten we ongeveer in het klassement op de plaats die we beoogden. Onze ambitie is dezelfde als die van Racing. Top vijf plaats en als het kan een periodetitel. Toch nog even over Versavel: hij is een toonbeeld van inzet, karakter en gedraagt zich nog steeds als een prof. De ambitie die hij nu nog heeft, ongelooflijk. Samen met Gunter Loyens is hij de leider van de groep. De jongeren aanvaarden dat want ze weten dat ze mogen samenspelen met iemand die meer dan 40 interlands op zijn palmares heeft staan. En dat is de sterkte van het huidige Turnhout.” Wat zijn je ambities als trainer? L.L.: ”Uiteraard wil ik zo hoog mogelijk geraken. In eerste instantie wil ik het hier in Turnhout waarmaken. Zoals ik al zei wil ik het bestuur belonen voor het vertrouwen dat men mij gaf. Als het kan wil op langere termijn mijn eigen ideeën wat in de ploeg doorvoeren. En ik geef het grif toe. Uiteindelijk wil ik ooit terug op de Racing terecht komen.” Tot slot nog een boodschap voor de supporters? L.L.: ”Racingers, jullie zijn prachtige supporters. De supporters van de andere Mechelese ploeg (hij spreekt de naam niet uit, nvdr) verdwijnen in het niets als ik jullie op de derby en op Westerlo sfeer zie maken. Jullie zijn de enige èchte Mechelse supporters. Ook al speel je jaren in derde, geef de moed niet op.” Epiloog We beeindigen het gesprek en beseffen dat we met een Racingmonument gepraat hebben die nog steeds groenwit bloed door zijn aderen heeft stromen. De geldt trouwens voor heel de generatie van de jaren tachtig. Gepassioneerd luisterden we naar het verhaal dat hij vertelde over zijn Racing. © KRC Mechelen - Een reportage van Kristof Van der Auwera, daterende van najaar 2005 |
| Volgende > |
|---|






Naar aanleiding van de wedstrijd van zaterdag trok het webteam deze week naar Turnhout om er een gesprek te voeren met Racingmonument Luc Leys. Zijn leukste herinneringen, zijn grootste ontgoochelingen en veel meer, Luc Leys neemt ons mee voor een tijdreis naar het Racing van de jaren tachtig. Dat het nog steeds zijn Racing is, zal vlug blijken..

..Van Kets?
doorvoeren. En ik geef het grif toe. Uiteindelijk wil ik ooit terug op de Racing terecht komen.” 







